Er heerst een virus. Alle informatie erover hebben we nog
niet. Hoe het zich gedraagt, waardoor het zich verspreidt en hoe het zich laat
remmen, weten we nog niet precies. En ook al weten we nog niet alles, we volgen
toch de weg van het hoofd en van het denken. Filosoof René Descartes (1595-1650)
zei het ooit: “Ik denk dus ik ben”. En daar koersen we al heel lang op. En nu
in deze virussituatie, wordt pijnlijk duidelijk hoe gebrekkig de weg van het
hoofd is. Ten eerste weten we nog lang niet alles, dus beslissen we vanuit
gebrekkig inzicht. Ten tweede zijn wij als mensen veel meer dan hoofd en denken
alleen. We kiezen voor maximale controle zegt het hoofd, maar wat brengt zo’n
weg teweeg? En hoe beïnvloed onze angst (ons gevoel) het denken in deze tijd?
Een heel simpel voorbeeld van dit koersen op het hoofd is
het afsluiten van alle openbare toiletten sluiten. We zijn niet alleen ons
denken, we zijn ook een lichaam, met functies van voedsel inname en afval uitscheiding.
Als we moeten, dan moeten we. We kunnen onze biologie niet uitzetten door een
besluit van ons hoofd.
We zijn een samenspel van hoofd, denken, lichaam, gevoel.
We zijn veel groter en dieper dan alleen maar ons denken. Maar in deze crisis
houden we geen rekening met ons gevoel en onze biologie. Onze biologie kunnen
we ondersteunen, door gezond te leven en voldoende voedingstoffen, vitaminen,
mineralen in te nemen. Onze biologie kunnen we ondersteunen door voldoende te
bewegen en stress af te wisselen met ontspanning. Onze weerstand is beïnvloedbaar
als we rekening houden met onze biologie. Maar daar hoor je niets over op het
pad van het hoofd.
We zijn gevoel, we zijn sociaal, we hebben instincten en
we hebben contact nodig. Maar daar is geen plek voor op het pad van het hoofd. Filosoof
Martin Buber (1878-1965) zei “alle werkelijke leven is ontmoeting”. En dat
werkelijke leven hebben we dicht gegooid, net als de openbare toiletten. We
doen net of het meest belangrijke gewoon door een besluit uitgeschakeld kan
worden.
Dus we houden elkaars handen niet meer vast. We dansen
niet meer samen. We kussen elkaar niet. We leggen bij verdriet en afscheid geen
hand op elkaars schouder. We houden afstand. En we worden bang voor elkaar en
voor het leven en voor onszelf. Wat dit doet met onze gezondheid als mens en
als samenleving, nemen we niet mee in de besluiten van het hoofd.
De denkers zeggen, wat je denkt bepaalt wat je voelt. Als
je anders denkt, zul je je anders voelen. Maar het is precies andersom, wat je
voelt bepaalt wat je denkt. Je gevoelens (juist ook je onbewuste gevoelens)
kleuren je denken in. Je denkt dan dat je rationeel handelt, terwijl je koerst
vanuit je angst.
Wat we niet bespreken in deze virustijd is onze angst
voor ziek worden en onze angst voor de dood. Onze angst om mensen van wie we
houden te verliezen. Onze angst om los te laten. Wat we niet bespreken is de
pijn die we ervaren door het gebrek aan nabijheid en contact. Wat we niet
kunnen accepteren is dat sommige mensen gewoon vatbaarder zijn voor het virus
zonder dat ze er iets aan kunnen doen en hoe machteloos dat voelt. Dat anderen
kwetsbaarder zijn omdat ze al jarenlang hun gezondheid ernstig verwaarloosd
hebben en geen rekening hielden met de behoeften van hun biologie. Dat weer
anderen een harde dreun krijgen omdat ze oud zijn en daardoor breekbaar. Dat
sommigen zo oud en kwetsbaar zijn dat een virus de laatste zet geeft, welk
virus dan ook. We erkennen niet hoe bang we zijn, en hoe irrationeel we kunnen
worden als we ons niet bewust zijn van die angst. We praten niet over de
kostbaarheid van menselijk contact, dat nabijheid en aanraking een levensbehoefte
is net als water en voedsel en lucht.
We geven het gevoel steeds maar weer dezelfde rol in ons levensverhaal,
de rol van de Assepoester. In werkelijkheid is het gevoel de prinses, maar we
behandelen haar als het sloofje. Ze moet wel alles doen, maar krijgt geen
erkenning, en naar haar behoeften wordt niet gevraagd. Ze is het Koninklijke en
het meest hoogstaande, maar ze zit gevangen in een positie van
minderwaardigheid.
Misschien is dit wel de tijd voor de erkenning van het
belang van ons gevoel. Misschien moet het zo vastlopen dat we Descartes “ik
denk dus ik besta”, nu eindelijk omruilen voor Buber’s “alle werkelijke leven
is ontmoeting”.
Misschien moeten we onze biologie, onze lichamelijkheid
en ons gevoel meenemen in het bepalen van onze koers. En niet alleen in deze
crisis, maar altijd en overal.
Want er is iets groters en diepers in het spel dan je aan
de oppervlakte van het denken kunt aflezen. Laten we onze hoofden weer verbinden
met ons lichaam. Ons gevoel met ons denken. Onze intuïtie met onze ratio. Onze
instincten met onze wilskracht. Laten we weer één geheel worden. In onszelf en
met elkaar. Dit virus confronteert ons met waar “de verbinding” verbroken is. Laten
we de verbinding herstellen.
Assepoester, wil je met me trouwen?
Saskia de Bruin
Wat een geweldige tekst, mijn hart kan hier mee resoneren. Ik voel de waarheid. En vraag me met mijn hoofd af en wat nu te doen. Wellicht zouden mijn handen in het spel moeten komen. Niet continue wassen, maar juist gebruiken om dingen te doen.
BeantwoordenVerwijderenDank, dank, dank lieve Saskia. Je verwoordt het zoaks het echt is. Kus
BeantwoordenVerwijderen